Direct naar inhoud
Direct naar inhoud

Onze methodiek

Evidence-informed mentale ontwikkeling in de praktijk

H&O verbindt psychologische kennis met oefenen in de dagelijkse praktijk. We werken met concrete ontwikkelvragen, toetsbare hypotheses en kleine stappen. De deelnemer en diens omstandigheden bepalen wat passend is.

Gedrag is een signaal

We beginnen bij wat iemand doet en ervaart, in welke situatie dat gebeurt en wat de gevolgen zijn. Uit gedrag alleen kun je geen oorzaak, diagnose of gebrek aan inzet afleiden. Daarom onderzoeken we meerdere mogelijke verklaringen en bespreken we die met de deelnemer. Klachten, mogelijkheden, behoeften en de omgeving krijgen allemaal aandacht.

Drie vragen als gedeelde taal

  • Kunnen: welke vaardigheden en praktische voorwaarden zijn nodig? Denk aan een taak begrijpen, starten, aandacht richten, plannen en hulp kunnen vragen.
  • Willen: welke betekenis, keuzes, verwachtingen en relaties beïnvloeden de motivatie? We behandelen motivatie niet als een vast kenmerk van iemands karakter.
  • Kunnen onder druk: wat verandert wanneer spanning, vermoeidheid, onzekerheid of tijdsdruk toeneemt? Welke steun, rust of aanpassing is dan nodig?

Dit is het werkkader van H&O. Het is geen diagnostische test, geen volledige verklaring van menselijk functioneren en geen gevalideerde totaalscore. We blijven ook kijken naar lichamelijke gezondheid, sociale veiligheid, slaap, onderwijs, financiële omstandigheden en andere factoren die voor de persoon relevant zijn.

Van observatie naar bijstelling

  1. Context en observatie: beschrijf samen een concrete situatie, het zichtbare gedrag en de ervaring van de deelnemer. Maak onderscheid tussen wat is waargenomen en wat wordt verondersteld.
  2. Minstens twee hypotheses: onderzoek verschillende mogelijke verklaringen. Niet beginnen kan bijvoorbeeld samenhangen met een onduidelijke taak, spanning, vermoeidheid of onvoldoende betekenis.
  3. Microdoel en afspraak: kies één haalbare stap, bepaal wanneer die wordt geoefend en welke ondersteuning nodig is. Spreek af wat een bruikbare verandering zou zijn.
  4. Oefenen en volgen: bekijk of de stap uitvoerbaar is, in welke situaties hij lukt en wat de deelnemer ervan merkt. Volg ook belasting, herstel en ongewenste gevolgen.
  5. Evalueren en bijstellen: bespreek wat de informatie wel en niet laat zien. Behoud, vereenvoudig of verander de aanpak. Onderzoek afzonderlijk of een vaardigheid ook buiten de oefensituatie bruikbaar is.

COMPACT helpt om dit praktisch te organiseren: Context, Observatie, Microdoelen, Procedures, Afspraken, Check en Transfer. Een werkhypothese blijft veranderbaar; een tegenvallende uitkomst is informatie om de aanpak te verbeteren.

Zo kan een microdoel eruitzien

Een student wil makkelijker aan een studietaak beginnen. Eerst onderzoeken we bijvoorbeeld of de eerste stap onduidelijk is of dat spanning over het resultaat het starten bemoeilijkt. Een mogelijk microdoel is: op drie afgesproken studiemomenten eerst de opdracht openen en de eerste uitvoerbare handeling opschrijven. Bij de evaluatie kijken we naar de afgesproken gelegenheden, ervaren moeite en omstandigheden. Dit is een illustratie van de werkwijze, geen gepubliceerde cliëntcasus of behaald resultaat.

Bij een sporter kan het doel zijn om na een fout terug te keren naar een afgesproken volgende actie. We beoordelen de passendheid en kwaliteit van die reactie, samen met spanning en herstel. Een snellere reactie of betere wedstrijdscore bewijst op zichzelf geen betere mentale gezondheid.

Meten wat voor de deelnemer betekenis heeft

Voor een traject spreken we af welke ontwikkeling we volgen en hoe vaak. Een eenvoudige observatie of korte zelfreflectie kan daarvoor bruikbaar zijn. Als een vragenlijst nodig is, hoort die aan te sluiten bij het doel, de leeftijd, de taal en de situatie. Eigen check-ins presenteren we niet als gevalideerde psychologische tests.

We onderscheiden gebruik en tevredenheid van verandering in dagelijks functioneren. Ook ontbrekende metingen, uitval, extra hulp en veranderde omstandigheden tellen mee. Een verbetering na begeleiding bewijst niet zonder meer dat de begeleiding de oorzaak is. We publiceren geen effectpercentages zonder een controleerbare onderzoeksopzet en passende toelichting.

Onderbouwing en ontwikkelfase

Evidence-informed betekent hier dat we relevante wetenschappelijke kennis, professionele afwegingen en de ervaring en voorkeuren van de deelnemer samen gebruiken. De H&O-methodiek als geheel is daarmee niet automatisch bewezen effectief. Bij nieuwe digitale of praktische modules willen we eerst bruikbaarheid, haalbaarheid en belasting onderzoeken; voor uitspraken over effect is aanvullend, passend onderzoek nodig.

We hebben op dit moment geen openbare H&O-effectstudie op deze website gepubliceerd. Op de casespagina maken we onderscheid tussen praktijkillustraties, persoonlijke ervaringen en geëvalueerde uitkomsten. Een dienst of pilot krijgt vóór de start concrete afspraken over doelen, verantwoordelijkheden, privacy en evaluatie.

Wetenschappelijke en methodologische bronnen

Deze bronnen onderbouwen begrippen en keuzes in de werkwijze. Zij zijn geen certificering of bewijs voor de effectiviteit van het complete H&O-aanbod.

Inhoud bijgewerkt op 23 oktober 2026. Inhoudelijk aanspreekpunt: Sam Hendriksen Oostereng. Lees onze kwaliteitsafspraken.

Bespreek wat past

Vertel kort waarover je contact wilt. Samen verkennen we of H&O iets kan betekenen.

Neem contact op

Verkennen wat binnen uw organisatie nodig is?

Tijdens een eerste gesprek brengen we het vraagstuk, de context en een passende vervolgstap in kaart.

Plan een verkennend gesprek